Naar inhoud

Hier een cookie tekst met verwijzing naar de cookies pagina.

Wandelroute langs poëtische kunst in de binnenstad.

Wandelroute, 2.5km

Deze wandelroute neemt je mee naar de plekken in de Groninger binnenstad waar kunst en poëzie samenkomen. Een ontdekkingstocht vol verbeeldingskracht langs dichtkunst, woorden waar je (bijna) naar moet zoeken en poëtische lichtkranten.

Open de route in Google Maps 

Dit is wat je zult zien.

DAMALS

Peter de Kan

Lage der A 13 (zijgevel Werkmanhuis)

Op de zijgevel van het Werkmanhuis is ter hoogte van de tweede verdieping het woord DAMALS aangebracht, ter herinnering aan de Groningse drukker en kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman die hier vanaf 1923 zijn drukkerij had, totdat hij in 1945 door de Duitsers vermoord werd. Kunstenaar Peter de Kan heeft zich laten inspireren door The Next Call, een serie van negen cahiers die Werkman tussen 1923 en 1926 clandestien uitgaf.

Voor de negende en laatste Next Call – verschenen in 1926 en opgedragen aan de Servische avant-gardist Ljubomir Micić – schreef Werkman het gedicht Damals, waarin zowel moedeloosheid en berusting als verlangen en een hunkering naar een verloren paradijs in doorklinken:

Damals als die Erde noch nicht rund war.
Damals als die Kunst noch keine Kunst war.
Damals als die Ameise noch nicht fleiszig war.
Damals als er noch jung war.
Damals als sie noch klein war.
Damals als meine Mutter noch sang.
Damals als es Sommer war.
Damals als es noch vorgestern war.
Damals als gestern noch nicht heute war.

Om tien uur opent het museum zijn poorten…

Rommert Boonstra

Praediniussingel 59 (stadstuin)

Het volgende kunstwerk op de route vind je wanneer je een ander kunstwerk betreed*: Een oase in de stad. Deze stadstuin is in 1999 ontworpen door Noud de Wolf.

Volg het slingerende ‘zintuigenpad’ langs bijzondere plantensoorten naar een borrelende bron. Kijk halverwege het pad, bij een cirkelvormig terras, omhoog. Aan de muur hangt een granieten plaat waarop De Wolf een gedicht van fotograaf en dichter Rommert Boonstra heeft gezandstraald. Hierin wordt de sfeer van het (voormalige) Natuurmuseum opgeroepen:

Om tien uur opent het museum zijn poorten.
De nacht is geweken uit de hoge zalen,
Maar geen van de dieren wordt wakker.

Ik heb gedroomd van sterk water,
Vlinders in dozen, verstilde vergezichten;
En ik droom nog steeds hetzelfde als ik
Langs de wenteltrap naar de zolder ga.

Alle ogen die naar me kijken zijn van glas.
Niets heeft zin om te bewegen.

In deze wereld, dood en onsterfelijk,
Zijn wij de pauzes in een eindeloze stilte.

* Het openen en sluiten van de stadstuin regelt het nabijgelegen Museum aan de A. In de regel is Oase in de stad geopend van dinsdag t/m vrijdag, van 10.00 tot 16.30 uur.

Ook Hier

Peter de Kan

Folkingestraat 9 (zijgevel, op 10 m. hoogte)

Voor het kunstwerk Ook hier liet kunstenaar Peter de Kan het woord ‘(weggehaald)’ uit de zijgevel van Folkingestraat 10 frezen. Hij wil hiermee het gemis en de leegte benadrukken in de joodse en Groninger gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog. Door het woord tussen haakjes te zetten, wordt het niet aanwezig zijn nog eens extra geaccentueerd. De Kan wilde laten zien “dat verdwenen is, zonder terug te plaatsen wat verdwenen is”.

Ook de onopvallende plek van het kunstwerk heeft een speciale reden. Volgens de kunstenaar is het een onderwerp dat al niet meer bij iedereen leeft, het is verdwenen naar de marge van de aandacht. Vandaar dat hij zijn kunstwerk geplaatst heeft in de zijlijn, buiten het directe blikveld.

Alles wat

Harry Vandevliet

Nieuwstad 12

In vijf straten in de stad, de Akerkstraat, Schoolstraat, Burchtstraat, Grote Kromme Elleboog en Nieuwstad, waren woorden op stoepranden te vinden die samen een tekst vormen: ALLES WAT/HEILIG IS/MOET/EEN VASTE PLAATS/HEBBEN.

De tekst is een verbasterde uitspraak van een medicijnman uit Papoea-Nieuw-Guinea (‘alles wat heilig is heeft zijn vaste plaats’) afkomstig uit het boek Het wilde denken van de antropoloog Claude Lévi-Strauss. "Deze verbasterde uitspraak raakte mij", aldus Harry Vandevliet, de kunstenaar die in 1979 door kunstenaarsinitiatief De Zaak was gevraagd het kunstwerk te maken.

Harry Vandevliet zag zijn daad, het graveren van tekst in stoepranden, als een soort veredelde graffiti die zal verdwijnen door de veranderende omgeving. En zo geschiedde: er rest nu nog maar één deel in de openbare ruimte: "HEBB", te zien tegenover Nieuwstad 12. De rand is echter zo beschadigd dat er "HERR" lijkt te staan.

Bus-stop (Gelkingestraat)

Loes Heebink, Shlomo Schwarzberg

Gelkingestraat 32

Dit kunstwerk tegenover Gelkingestraat 32 is de helft van een duo: de andere helft is te vinden in de parallel aan de Gelkingestraat lopende Oosterstraat. Samen vormen ze Bus-stops, een kunstwerk van Loes Heebink en Shlomo Schwarzberg. Toen het kunstwerk werd gerealiseerd waren de Gelkinge- en Oosterstraat nog twee drukke busroutes. Op 17 juli 2022 kwam hier een einde aan.

Beide werken bestaan uit twee roestvrijstalen pijlers met daartussen een lichtkrant, en allebei worden ze bekroond met een neonverlichte orgaanvorm: in de Oosterstraat een hart – symbool voor het kloppend hart van de stad -, in de Gelkingestraat longen – een verwijzing naar de groene periferie van Groningen.

De lichtkrant toont teksten van schrijver en poëziedocent Jacques Brooijmans. Ze gaan over reizen, bussen, hart en longen, en zijn vaak poëtisch of filosofisch vaan aard.

Wil je de snelste route naar de Oosterstraat? Loop dan via de Donkersgang, waarvan je de entree vindt tussen Gelkingestraat 42 en 44. Wanneer je bij de Oosterstraat uitkomt vind je aan de andere kant van de straat, tegenover nummer 36 de tweede Bus-stop.

Bus-stop (Oosterstraat)

Loes Heebink, Shlomo Schwarzberg

Oosterstraat 36

Hendrik de Vries Monument

Norman Burkett

Sint Jansstraat (op het gras)

Dit beeld is een eerbetoon aan de Groningse dichter en beeldend kunstenaar Hendrik de Vries (1896-1989). Het beeld roept een sfeer op die aansluit bij de gedichten en schilderijen van de kunstenaar. Wie opgaat in zijn werk komt namelijk in een onheilspellende droomwereld terecht. Desolate vulkanische landschappen, boosaardige sprookjes, de vurige gratie van Spanje (het land van zijn reizen en dromen), hunkering naar erotiek en bedreigende vrouwenfiguren zijn dan ook de belangrijkste thema’s in het werk van De Vries.

Norman Burkett heeft al deze elementen in het beeld uitgewerkt. Het bronzen beeld toont een soort droomfiguur met het hoofd van Hendrik de Vries. De vreemd samengestelde torso bestaat uit een aantal elementen die bij nadere beschouwing min of meer herkenbaar zijn. Zo is de gebochelde figuur met blote billen gedeeltelijk gehuld in een cape van een stierenvechter die tegelijkertijd tovenaarsbuidel en vleugel van een draak is. Verder zijn op zijn rug ook een leeuwenkop, een jongensgezichtje, een oog, en het geraamte van een hand te herkennen.

Bro Bro Brille

Gunnar Westman

Oude Ebbingestraat 18 (op de stoep)

Een Deens kinderliedje was voor Gunnar Westman aanleiding dit beeld van dansende kinderen te maken. Bro Bro Brille (letterlijk vertaald ‘Brug Brug Brille’) is een kruip-door-sluip-doorspelletje, waarbij het er, afgaande op liedtekst, niet al te zachtzinnig aan toegaat:

Bro, bro, brille!
Klokken ringer el’ve,
kejseren ståar på sit høje, hvide slot,
Sa hvidt som et kridt,
Sa sort som et kul
Fare, fare, krigsmand,
Døden må du lide,
Den som kommer allersidst,
Skali den sorte gryde.
Første gang så la’r vi ham gå,
Anden gang da ligeså,
Men tredje gang så ta’rvi ham
Og putterhami gryden!


Vertaling:

Brug, brug, ‘brille’
De klok slaat elf.
De keizer staat op zijn hoge witte slot (kasteel)
Zo wit als krijt
Zo zwart als kool (antraciet)
Ries, reis krijger (krijgsman)
Doden moet je leuk vinden (mag je graag lijden)
Degene die als laatste komt
Zal in de zwarte ‘pot’
De eerste keer zullen we hem laten gaan.
De andere keer eveneens
Maar de derde keer dan pakken we hem
En stoppen hem in de pot!

Gevelsteen met gedicht van Jean Pierre Rawie

Jean Pierre Rawie

Guldenstraat (pilaar tegenover nr. 42/1, Waagstraatcomplex)

De Groninger Jean Pierre Rawie, die in 1979 debuteerde met zijn gedichtenbundel Het meisje en de dood, is tegenwoordig één van de meest gelezen dichters van Nederland.  

Het gedicht in de gevel van het Waagstraatcomplex, waar ook de gemeentelijke bestuursdienst is gevestigd, refereert aan de geschiedenis van deze plek, die al eeuwenlang het bestuurlijke hart van Groningen is:

De eeuwig wisselende hemel welfde
zich eeuwenlang boven dezelfde grond,
waar altijd anders en altijd hetzelfde
de stad zichzelf herkende en hervond; 

van wat hier door de jaren is verrezen
is veel weer door de jaren neergehaald,
maar altijd werd door deze plek het wezen
van Gronings stad en ommeland bepaald, 

dat, steeds als men het nieuwe met het oude
opnieuw behoedzaam in de waagschaal legt,
voor volgende geslachten blijft behouden,
wanneer ook deze muren zijn geslecht.