Naar inhoud

Hier een cookie tekst met verwijzing naar de cookies pagina.

Kunstroute langs werken verbonden aan de Tweede Wereldoorlog.

Wandelroute, 2.6km

In Groningen zijn veel kunstwerken te vinden die verbonden zijn aan de Tweede Wereldoorlog. In deze kunstroute kom je langs kunst waarin de sporen van de oorlog nog zichtbaar zijn, en langs werken die herinneren aan de vele slachtoffers die zijn gevallen in de oorlogsjaren. De tour gaat door het centrum van Groningen, en start vlakbij de Martinitoren.

Op de route kom je op een aantal plekken ook zogeheten Stolpersteine (‘Struikelstenen’) tegen: kleine gedenktekens van 10 bij 10 centimeter, geplaatst in de stoep voor de vroegere woonhuizen van mensen die door de nazi’s zijn verdreven. Van deze Stolpersteine, een kunstproject van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, zijn er inmiddels 90.000 geplaatst door heel Europa. Op deze route kom je ze tegen in de Folkingestraat, voor nummer 7, 17, 34 en 41, en in Nieuwstad, voor nummer 26b.

Open de route in Google Maps 

Dit is wat je zult zien.

Sint Joris en de draak

Ludwig Oswald Wenckebach

Martinikerkhof (achter Martinitoren)

In 1945 werd besloten een monument op te richten om de herinnering aan de strijd, die van 1940-1945 door de inwoners van de provincie Groningen was  gestreden, tot in lengte van dagen levend te houden. Dit werd het provinciale oorlogsmonument Sint-Joris en de draak van Ludwig Oswald Wenckebach (1895-1962), waar ieder jaar op 4 mei kransen worden gelegd tijdens de Dodenherdenking.

Het kunstwerk laat zien hoe het goede over het kwade zegeviert, en vind z’n oorsprong in de  vroegchristelijke legende van Sint-Joris en de draak, die stamt uit de vijfde eeuw. De martelaar Georgius versloeg in zijn geboortestreek in Voor-Azië een draak, waarna het volk zich massaal tot het christendom bekeerde. Sinds ongeveer de elfde eeuw is het een populair motief voor de uitbeelding van de strijd tussen goed en kwaad.

Zonder titel (gedenkteken bevrijding)

Willem Valk

Grote Markt 1 (Stadhuis)

Vuurtongen en een kristalvorm verbeelden de tekst die op de bronzen gedenkplaat te lezen is:

Toen rees uit oorlog en vuur
het helder kristal van de vrede

Deze tekst verwoordt de hevige strijd die gepaard ging met de bevrijding van de stad Groningen door de Canadese strijdkrachten. Op 13 april 1945 trokken de Canadezen de stad Groningen binnen, waarbij er hevige en verwoestende gevechten werden gevoerd op en rondom de Grote Markt. Op maandag 16 april sloten de Canadezen de binnenstad verder in en braken de laatste weerstand.

De maker van het werk, Willem Valk, speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog een actieve rol in het kunstenaarsverzet. Een neveneffect van deze opstelling was dat hij in het eerste decennium na de oorlog voor meer dan twintig oorlogsmonumenten in Groningen en daarbuiten werd gevraagd om deze te ontwerpen en maken.

Markering inslag Canadese tankgranaat

Henk Suurling

Waagplein (achterkant Stadhuis)

De zuidelijke gevel van het stadhuis heeft schade die is ontstaan aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een Canadese tankgranaat ontplofte tijdens de bevrijding tegen de gevel. De gemeente Groningen heeft vormgever Henk Suurling gevraagd hiervoor een markering te maken. 
 
Suurling markeerde de beschadigde zuil van het stadhuis met twee cortenstalen platen aan weerszijden van de inslag. Aan de linkerzijde bracht hij een tekst aan. Door roestvorming van het cortenstaal werd deze tekst in de loop van de tijd slechter zichtbaar. Dit was de bedoeling van Suurling; hij wilde dat de tekst langzaam zou opgaan in de omgeving. In 2012 was dit een feit, waarop is besloten de letters uit het cortenstaal te snijden zodat de tekst nu voor altijd zichtbaar is.

DAMALS

Peter de Kan

Lage der A 13 (zijgevel Werkmanhuis)

Op de zijgevel van het Werkmanhuis is ter hoogte van de tweede verdieping het woord DAMALS aangebracht, ter herinnering aan de Groningse drukker en kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman die hier vanaf 1923 zijn drukkerij had, totdat hij in 1945 door de Duitsers vermoord werd. Kunstenaar Peter de Kan heeft zich laten inspireren door The Next Call, een serie van negen cahiers die Werkman tussen 1923 en 1926 clandestien uitgaf.

Voor de negende en laatste Next Call, verschenen in 1926 en opgedragen aan de Servische avant-gardist Ljubomir Micić – schreef Werkman het gedicht Damals, waarin zowel moedeloosheid en berusting als verlangen en een hunkering naar een verloren paradijs in doorklinken:

Damals als die Erde noch nicht rund war.
Damals als die Kunst noch keine Kunst war.
Damals als die Ameise noch nicht fleiszig war.
Damals als er noch jung war.
Damals als sie noch klein war.
Damals als meine Mutter noch sang.
Damals als es Sommer war.
Damals als es noch vorgestern war.
Damals als gestern noch nicht heute war.

Galgal hamazalot (11 delen)

Joseph Semah

Folkingestraat (de lengte van de straat)

In de Folkingestraat vind je vijf kunstwerken die onderdeel uitmaken van Verbeeld verleden, een project gerealiseerd in 1997, waarvoor vijf kunstenaars op onnadrukkelijke wijze kunstwerken in de straat hebben geïntegreerd, die verwijzen naar het joodse verleden van de Folkingestraat. Eeuwenlang was deze plek het centrum van een levendige joodse cultuur; iets waar ook de synagoge uit 1906 nog aan herinnert. De Tweede Wereldoorlog maakte hier abrupt een einde aan, toen veel bewoners werden weggevoerd naar concentratiekampen.

Voor het kunstwerk Galgal hamazalot van Joseph Semah moet je je ogen op de grond gericht houden. Semah realiseerde namelijk in het midden van het plaveisel van de Folkingestraat een maancyclus: elf bronzen maanvormen, van volle maan tot nieuwe maan. Wanneer alle vormen samengevoegd zouden worden, ontstaat er een oog. De volle maan fungeert daarbij als pupil.

Het woord maan betekent in het Hebreeuws oog en is bovendien verbonden aan het getal elf omdat in het Hebreeuws getallen aan woorden zijn gekoppeld. Voor Semah vormt de maancyclus een metafoor voor de levenscyclus en de cycli waaruit geschiedenis en toekomst zijn opgebouwd.

Ook Hier

Peter de Kan

Folkingestraat 9 (zijgevel, op 10 m. hoogte)

Ook Hier is een bijzonder kunstwerk. Uit de gevel liet De Kan het woord ‘(weggehaald)’ frezen. Hij wil hiermee het gemis en de leegte benadrukken in de joodse en Groninger gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog. Door het woord tussen haakjes te zetten, wordt het niet aanwezig zijn nog eens extra geaccentueerd. De Kan wilde laten zien “dat verdwenen is, zonder terug te plaatsen wat verdwenen is”.

Ook de onopvallende plek van het kunstwerk heeft een speciale reden. Volgens de kunstenaar is het een onderwerp dat al niet meer bij iedereen leeft, het is verdwenen naar de marge van de aandacht. Vandaar dat hij zijn kunstwerk geplaatst heeft in de zijlijn, buiten het directe blikveld.

Zonder titel (3 delen)

Allie van Altena

Folkingestraat 10, 20 en 33

Voor drie verschillende portieken heeft Van Altena geëmailleerde borden gemaakt. De foto’s die hij hierin verwerkt heeft, vond hij in het gemeentearchief. Ze zijn aan het begin van deze eeuw gemaakt op dezelfde plaats waar ze nu in de bewerking van de kunstenaar hangen.

Ze fungeren als een spiegel van het verleden. Als toeschouwer word je getuige van wat zich eens hier afspeelde, zoals een straatfeest of de uitvoering van een toneelvereniging. Het wekt een feestgevoel op dat extra wordt versterkt door de ‘confetti’ die over de foto’s is uitgestrooid.

Het voorgesneden paradepaard

Marijke Gémessy

Folkingestraat 23-25

In het pand op nummer 23 huisde voor de Tweede Wereldoorlog een paardenslager. Door dit gegeven heeft Marijke Gémessy zich laten inspireren. Deze slager was een van de vele joodse winkeliers die hebben bijgedragen aan de bloei van de Folkingestraat. Op gezette tijden werden de paarden aangevoerd en de gang naar het slachthuis ingedreven. De herinnering aan dit deel van het verleden wordt nu instandgehouden door het keramisch reliëf Het voorgesneden paradepaard.

Op het reliëf is in zijaanzicht, op ware grootte, een achterhand van een paard te zien. Ingeklemd tussen twee muren zien we het nog net de slagerij inlopen, vlak voordat het geslacht zal worden. De ontleding – biefstukje en haas – is al zichtbaar gemaakt. Zelfs een keurmerk ontbreekt niet. Achter het paard zijn authentieke slagerijtegels te zien, alleen in de kleur heeft de kunstenares een wijziging aangebracht. Door het spiegelende effect lijkt de ruimte groter. Door het paard op een sokkel te plaatsen wordt het werk behalve een hommage aan de toenmalige winkelier ook een eerbetoon aan het geslachte paard.

Synagoge Groningen

Folkingestraat 60

De monumentale synagoge neemt bijna het hele blok in tussen Nieuwstad en het Zuiderdiep. Het staat er sinds 1906, op de plek waar eerder ook al een – veel kleinere en minder indrukwekkende – synagoge stond. Het gebouw is een ontwerp van architect Tjeerd Kuipers (1857-1942), die in Groningen ook de Zuiderkerk aan de Stationsstraat heeft ontworpen. Na de Tweede Wereldoorlog zag de Joodse Gemeente zich genoodzaakt het gebouw te verkopen, waarna er onder meer een wasserij in kwam. Vanaf 1973 kwam het leeg te staan, en dreigde sloop. Begin jaren ’80 werd het vervallen gebouw gelukkig gered en gerestaureerd. Sindsdien is de synagoge weer volop in gebruik, als sjoel, maar ook als plek waar bijvoorbeeld exposities en concerten worden georganiseerd.

Openingstijden Synagoge Groningen:

  • Januari t/m februari:  woe, vrij, zo 13-17 uur
  • Maart t/m december:  di t/m vrij en zo 13-17 uur
  • Extra openstelling van juli t/m september: do en vrij 10.30-17 uur

Portaal

Gert Sennema

Folkingestraat 67 (gevel)

In een muur met een dichtgemetseld raam op het hoekpand van de Folkingestraat plaatste Gert Sennema een deur met daarvoor een hardstenen opstapje. Op zich niets bijzonders. De deur mist echter een deurklink, een mogelijkheid om geopend te worden.

Achter deze gesloten deur en raam ligt de geschiedenis van de Folkingestraat verborgen. Een geschiedenis die nog maar door weinigen naverteld kan worden, omdat de meeste mensen die er eens leefden tijdens de Tweede Wereldoorlog weggevoerd zijn. 

Het lijkt alsof de deur van massief hout is gemaakt, maar bij nadere beschouwing blijkt hij van brons. Sennema bewerkte het met patina waardoor de structuur en de kleur van hout opgeroepen wordt.

Bevrijdingsvlag

Henri de Wolf

Nieuwstad (tegenover nr. 12)

De kunstenaarsgroep Forma Aktua, onder leiding van Henri de Wolf, maakte zich in 1982 sterk voor een bevrijdingskunstproject, waarbij vijf vlaggen in verschillende wijken geplaatst zouden worden als “waarschuwing en opwekking” tegen fascisme. Maar hun voorstel werd door het gemeentebestuur afgewezen. Daarop schonk Forma Aktua één vlag aan de gemeente: de Vijf Mei-Vlag.

Het is een monument voor de uit Groningen weggevoerde joden en werd daarom bewust in de omgeving van de Folkingestraat geplaatst, de buurt waar vóór de Tweede Wereldoorlog een groot deel van de joodse bevolking woonde. De twee knikken in de vlaggenmast symboliseren respectievelijk de schok van de oorlogsperiode en de bevrijding op 5 mei 1945. De rafelige rand van de vlag lijkt te verwijzen naar de blijvende littekens; vóór de oorlog telde de Groningse joodse gemeente zo’n drieduizend leden, na die tijd bedroeg dit aantal nog slechts tweehonderd.

Jozef Israëlsmonument

Abraham Hesselink

Hereplein

Abraham Hesselink maakte dit monument in 1922 ter nagedachtenis aan de schilder Jozef Israëls. De beeldengroep is geïnspireerd op een schilderij van Israëls, Langs moeders graf, dat het Groninger Museum in langdurige bruikleen heeft.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het werk ernstig beschadigd. Jozef Israëls was Joods en NSB'ers hadden het daarom in het voorjaar van 1943 op het beeld voorzien. Gelukkig konden de brokstukken in veiligheid worden gebracht. Het portretreliëf werd later teruggevonden. Na de oorlog werd het kunstwerk gerestaureerd door Willem Valk en in 1946 opnieuw onthuld. Dertig jaar lang vervulde het de functie van herdenkingsmonument, tot de plaatsing in 1977 van Eduard Waskowsky’s Joods Monument aan de Hereweg.