Naar inhoud

Hier een cookie tekst met verwijzing naar de cookies pagina.

Interview

Zandzakken, schuursponzen en virtual reality: op bezoek bij de kunstenaars in Het Resort

Door: Michiel Teeuw, 14 juli 2018

Het Resort is een nieuwe kunstinstelling in Groningen, waar elk seizoen drie kunstenaars worden uitgenodigd door oprichters Ellen de Haan en Karina Bakx. Een gesprek met de kunstenaars van dit seizoen: Hilde Onis, Emilio Veendorp en Mylan Hoezen. Wat hebben ze gemaakt en hoe heeft de locatie hun werk beïnvloed?

Wat voor werken hebben jullie gemaakt?

Hilde Onis: “Eén van de werken die ik heb gemaakt is een pak van schuursponzen. Met dit pak heb ik een performance ontwikkeld. Hierin word ik, terwijl ik in dat pak zit, omgeven door een schuimberg, binnengereden op een rollend platform. Het publiek heeft dan nog niet door dat ik in dat gigantisch sponzenpak zit. Daar komt een schoonmaker achteraan in zijn tuinbroek, met een ladder, die gaat mij ontdoen van dat schuim met een serieuze blik.
Ik heb vaak een idee over een tijdsbestek wat een performance goed zou maken. Dat is dan iets wat ik mezelf opleg. Een idee over wat goed zou werken, waarvan ik dan vind dat ik het moet doorstaan om een goed beeld neer te zetten. Mijn idee komt uit een situatie die ik zelf heb gevormd, dus dan zijn alle handelingen ook meer waarheidsgetrouw als je de performance zelf eerst doet.”

Emilio Veendorp: “Ik heb in de werkperiode bij het resort voornamelijk textielwerken gemaakt, textiele omhulsels gevuld met aarde. Deze aardezakken heb ik gecombineerd met associatieve objecten. Ik laat veel zien en zeg daarmee niks concreets of directs maar er wordt eigenlijk tegelijkertijd heel veel gezegd. Voor mij is dat het refereren naar een tussenruimte, bijvoorbeeld de ruimte tussen een schilderij en een peer die ik daarnaast heb neergelegd. Ik vind het interessant om te zien dat de verbanden die ik leg nog wel vanzelfsprekend zou kunnen zijn, maar dat die voor andere mensen totaal anders uit kunnen pakken. Wat is het uiteindelijke werk? Is dat het werk dat ik hier laat zien of het verhaal dat iemand mee naar huis neemt in diens eigen hoofd?”

Mylan Hoezen: “Ik heb een performance gemaakt met oefeningen voor negen performers die zeventien instructies uitvoeren en dat heb ik gefilmd heb met een 360 graden-camera. Je kunt deze performance bekijken op een VR-bril. Ik vind het altijd heel fijn om met een oneven aantal performers te werken, dat vind ik er beter uitzien.
Ik denk altijd dat mensen supersonisch zijn in mijn hoofd, dan probeer je een oefening uit en dan valt dat tegen. Ik heb dat ook zelf gehad, dat ik een performance niet had gerepeteerd. Dan voer je het uit op het moment en denk je: ‘ik doe dit nu, maar heb het gevoel dat mijn been er gaat afvallen’. Ik wil mijn werk rauw en herkenbaar maken. Iedereen moet zo’n oefening kunnen doen. Meestal sta ik ook voor de spiegel of heb ik een camera aan staan, dan ben ik gewoon dingen aan het uitvoeren en kijk ik hoe het lijkt.”

Hoe hebben jullie de ruimte van Het Resort gebruikt in jullie werken?

EV: “Toen ik voor het eerst bij Het Resort kwam had ik een beetje het gevoel dat ik door een kerk aan het waden was die niet af is, maar waarvan wel overblijfselen zijn. Zoals de tegelvloer en de grote raampartij, waarmee ik meteen de associatie met een kerk had. De stoffen die ik heb gebruikt in mijn werk hebben ook wel iets kunsthistorisch als je kijkt naar stofuitdrukkingen in schilderijen uit de klassieke Romeinse kunst en uit de renaissance. Zo haal ik elementen uit de schilderkunst en stel ik die tentoon in 3D. De stoffen nodigen voor mij heel erg uit om te voelen. Ook is de stof bijna pornografisch: te glad, te gelikt, maar toch wil je er even aan zitten of ze voelen. Ik vind het altijd wel belangrijk dat de kijker zich vrij voelt om het werk aan te raken. Zodra je denkt aan kunst en aanraken, komt al heel erg snel op: dat mag niet. In zo een installatie als hier in Het Resort gebeurt dat toch, maar tegelijkertijd doe je het ook een beetje stiekem.”

“De stof is bijna pornografisch: te glad, te gelikt, maar toch wil je er even aan zitten of ze voelen.”

HO: “Ik zie de pilaren die ik heb gemaakt als een manier om de ruimte om te vormen naar een wereld die we hier willen neerzetten en waartussen al die andere beelden passen. Ik vond dat de ruimte te donker was en te veel licht opzoog. Hier heb ik met de andere kunstenaars ook veel over gehad.”

MH: “Ik heb een zeshoek gebouwd die aan één kant open is, waar je een VR-performance kunt gaan bekijken. Als je deze ruimte alleen instapt, met je bril op, voelt het heel veilig. De ruimte om je heen voelt als armen om je heen, zo wil ik intimiteit creëren.”

Hoe ging de samenwerking met de andere kunstenaars?

EV: “Ik werk heel snel installatie-gericht en Hilde is ook iemand die vaak installaties maakt, dus dat gaat goed samen. Normaal zijn de keuzes die jij maakt bij een kunstwerk vanzelfsprekend. Jje bent dan op bekend terrein. Zodra je samenwerkt met iemand anders en die ander heeft een andere inbreng, dan ontstaan er dingen waar je zelf misschien niet op was gekomen. Daardoor ontstaan er gekkere associaties tussen de werken.”